Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Canvas Curiosa: Het verhaal achter de Vlaamse feestdag

Logo https://canvastv.pageflow.io/canvas-curiosa-het-verhaal-achter-de-vlaamse-feestdag


Op 11 juli viert Vlaanderen de feestdag van de Vlaamse gemeenschap en wordt menig gebouw getooid met de Vlaamse leeuwenvlag. Maar waar komt het woord Vlaanderen vandaan? Hoe komen we aan die Vlaamse leeuw, toch geen courant dier in onze streken?

En wat valt er te herdenken op 11 juli? Tuurlijk, de Guldensporenslag van 1302, maar waarom is die veldslag zo belangrijk dat we er meer dan zeven eeuwen later nog naar teruggrijpen? Lopen we gewoon Hendrik Conscience achterna of was het historisch gezien toch een gedenkwaardige gebeurtenis?

Canvas Curiosa duikt de geschiedenis in en legt uit…

  • Muurschildering in de gotische zaal, stadhuis Brugge
Ga naar de eerste pagina

Vandaag gebruiken we de term Vlaanderen voor het hele noordelijke Nederlandstalige gedeelte van ons land. Maar in vroegere tijden sloeg die naam alleen op het graafschap Vlaanderen, grosso modo de huidige provincies West- en Oost-Vlaanderen en wat aanpalende streken in Noord-Frankrijk en Zeeland. Een inwoner van pakweg Leuven was géén Vlaming, maar een Brabander. En Vlaanderen was voor hem – strikt genomen – het buitenland.

Etymologisch komt het woord ‘Vlaanderen’ en het daarvan afgeleide ‘Vlaams’ van het Germaanse woord ‘flam’ of ‘flauma’, dat letterlijk ‘overstroomd land’ betekent. Onze westelijke kuststrook zag er in de Romeinse en vroegmiddeleeuwse tijd helemaal anders uit. Het was een waddenlandschap dat verder zeewaarts lag. Geleidelijk schoof de kustlijn landinwaarts en ontstond een dynamisch landschap: een brede duinenrij, getijdengeulen die daar doorheen liepen en daarachter een gebied met schorren en slikken, dat constant veranderde. Bij eb kwam het deels droog te liggen en bij vloed overstroomde het weer.

Binnen dat gebied lag trouwens een uit de kluiten gewassen eiland Testerep, een duineneiland van ruim 15 kilometer lang met aan de ene kant West-ende, aan de andere zijde Oost-ende en in het midden Middel-kerke. Het zou in latere eeuwen overspoeld worden tijdens zware stormen.

‘Vlaanderen’ – let op: een meervoudsvorm – sloeg aanvankelijk alleen op dat overstromingsgebied langs de Vlaamse Noordzeekust. Later ging die naam over op het hele graafschap, dat in de middeleeuwen een van de meest bloeiende en toonaangevende regio’s van West-Europa zou worden.

Het succes van Vlaanderen waaierde uit over de hele Nederlanden. Dat verklaart waarom woorden als ‘Vlaanderen’ of ‘Vlamingen’ in het buitenland vaak gebruikt werden als een pars pro toto, wanneer men sprak over de zuidelijke Nederlanden. Wanneer men het in het middeleeuwse Italië had over Fiamminghi, rekende men daar ook Brabanders bij.

  • Het Vlaamse getijdenlandschap ter hoogte van Leffinge (10e eeuw), reconstructie VUB   

Ga naar de eerste pagina

Die uitbreiding van het graafschap Vlaanderen naar het hele gebied dat we vandaag als Vlaanderen kennen, zien we ook op andere vlakken. Het officiële heraldische symbool van de Vlaamse gemeenschap, de Vlaamse leeuw, niet bepaald een courant dier in onze contreien, is immers rechtstreeks afgeleid van het wapen van de Vlaamse graven. 

In de vroege middeleeuwen zouden die Vlaamse graven mogelijk een wapen gebruikt hebben dat we nu nog kennen als de vlag van de provincie West-Vlaanderen: een geel-blauwe stralenkrans rond een rood hartschild, zoals te zien is op de voorstelling van Diederik van de Elzas (links).

Sinds de 12e eeuw voerden de graven een wapenschild met een zwarte leeuw met rode tong en klauwen op een geel of gouden veld. In heraldisch jargon is dat: in goud een leeuw van sabel, getongd en geklauwd van keel. Volgens een overigens foutieve legende zou graaf Filips van de Elzas (rechts) dit wapen meegebracht hebben van de kruistochten, maar wellicht bestond het reeds vroeger. Mogelijk kwam het uit Engeland, waar leeuwen wel vaker in wapens voorkwamen. De reden lag voor de hand: leeuwen waren 'dappere dieren' en dus perfect als symbool van machthebbers.

Overigens is het – volgens sommige historici – niet duidelijk of dit in oorsprong een leeuw dan wel een luipaard of panter afbeeldde. We hadden dus even goed over de Vlaams panter kunnen zingen…

  • Albert De Vriendt, Diederik en Filips van de Elzas, KMSKA

Ga naar de eerste pagina

Op 11 juli herdenkt Vlaanderen de Guldensporenslag van 1302. Is die veldslag echt zo belangrijk?

Even recapituleren: wie vocht er tegen wie en waarom? Op die zomerdag in 1302 stonden twee legers tegenover elkaar op de Groeningenkouter bij Kortrijk. Aan de ene kant het Franse ridderleger onder leiding van Robert van Artois. Aan de andere kant een allegaartje van Vlaamse milities, stedelingen en edelen. Zij werden aangevoerd door Gwijde van Namen, Willem van Gulik en Jan Van Renesse. 

Het graafschap Vlaanderen lag al geruime tijd in conflict met het koninkrijk Frankrijk en de slag van 11 juli was maar één episode in die lang aanslepende strijd. Vlaanderen was strikt genomen een leengebied van de Franse koning en de Vlaamse graaf was zijn vazal, maar de facto voerde Vlaanderen een autonome koers. Het was een bloeiende regio met rijke steden, waarin de ambachten meer en meer macht kregen ten nadele van de patriciërs. Vlaanderen stond op goede voet met Engeland, want daar kwam de wol vandaan voor het befaamde Vlaamse laken. De Franse koning Filips de Schone wou die feitelijke onafhankelijkheid van Vlaanderen terugschroeven en het gebied inlijven. Dat leidde tot een heuse oorlog.   

  • Portret van koning Filips de Schone, Museum van Versailles
Ga naar de eerste pagina

Enkele weken voordien, op Goede Vrijdag 18 mei 1302, hadden de beruchte Brugse Metten plaats gevonden, een nachtelijke lynchpartij waarbij 'leliaards' (Fransen en Fransgezinden) werden vermoord in Brugge. De Franse landvoogd Jacques de Châtillon kon ternauwernood ontsnappen en vluchtte naar Kortrijk. In totaal vielen er ca. 120 doden. Franse bronnen spreken wel over meer slachtoffers. In de ogen van koning Filips de Schone was dit zonder meer een onvergeeflijke terreurdaad. 

De koning stuurde zijn ridderleger naar het opstandige Vlaanderen. En zo troffen de Franse en de Vlaamse troepen mekaar op 11 juli in Kortrijk. Beide legers waren aan mekaar gewaagd qua getalsterkte: elk zowat 9000 strijders. Volgens Hendrik Conscience was het Franse leger 'boven de zestigduizend man sterk' en bestond het Vlaamse leger uit 'dertigduizend man'. Maar die cijfers kloppen dus niet.

De Fransen telden 2500 tot 3000 edelen in hun rangen: ridders en hun edelknapen, zwaar bewapende en geharnaste ruiters. Daarnaast waren er nog boogschutters en piekeniers.

Bij de Vlamingen waren er slechts enkele honderden ridders. De cijfers variëren, maar het waren er niet meer dan 450. Het Vlaamse leger bestond voor het grootste deel uit voetvolk: milities uit Brugge, Ieper, het Brugse Vrije en andere streken en steden uit het graafschap: Oudenaarde, Aalst, Gent... Hoewel de stad Gent officieel niet meedeed.

En ook dit nog: honderden Brabantse ruiters streden mee aan de kant van de Fransen. Onder hen Godfried van Brabant en diens zoon Jan van Vierzon, naaste familieleden van de hertog van Brabant. Beiden zouden sneuvelen.

  • Brugse Metten, Fleures des chroniques, Bibliotheek Besançon


Ga naar de eerste pagina

De veldslag aan de Kortrijkse Groeningenkouter begon rond de middag op die 11e juli 1302. Zoals gebruikelijk eerst met salvo's van de kruisboogschutters. Pijlen vlogen heen en weer. Hierna traden de voetsoldaten naar voren met speren en zwaarden. Maar al gauw besloot de Franse aanvoerder Robert van Artois zijn ridderscharen in te zetten. Hij wou vermijden dat zijn voetvolk de overwinning kon opeisen; dat zou eerloos zijn voor de edelen en dus joeg hij de ridders te paard het slagveld op.

Het zou ons te ver leiden het hele verloop van de veldslag te beschrijven, maar we weten wel dat de Franse charges vastliepen tegen een muur van pieken, de zogenaamde 'goedendags'. Op het drassige terrein was er weinig ruimte om te manoeuvreren en de ruiters de kans te geven hun paarden te keren en met voldoende snelheid een nieuwe charge te lanceren. De Franse ridders werden al gauw omstuwd door de Vlaamse soldaten onder de strijdkreet "Vlaanderen ende Leeuw". Na drie uur strijd moesten de Fransen uiteindelijk het onderspit delven.

Volgens de ridderlijke erecode kon een overwonnen ridder zich op het slagveld overgeven door het handvat van zijn zwaard aan te bieden. De ridder werd dan gevangengenomen en na betaling van losgeld vrijgelaten. Maar het Vlaamse voetvolk had geen boodschap aan die erecode en maakte de Franse ridders genadeloos af. 

De Franse opperbevelhebber Robert van Artois sneuvelde, en met hem ruim 1200 edelen, onder wie hertogen, graven en prinsen, de elite van de Franse adel. Hun vergulde sporen werden als trofee naar Kortrijk gevoerd.

  • Guldensporenslag, Nuova Cronica, Bibliotheek Vaticaan


Ga naar de eerste pagina

De zege van de Guldensporenslag was een van de eerste overwinningen van voetvolk op een ridderleger in de middeleeuwse geschiedenis. Voetsoldaten en boogschutters zullen in de toekomst belangrijker worden in de oorlogsvoering dan zwaar bepantserde, maar weinig beweeglijke ruiters. Daarmee zal ook getornd worden aan de hoofdrol van de adel in het militaire gebeuren.

Wat die adel betrof, de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, zat intussen gevangen in Frankrijk. Ook zijn zoon Robrecht van Bethune, genaamd ‘de leeuw van Vlaanderen’, zat in Franse gevangenschap en was er niet bij op de Guldensporenslag, dit in tegenstelling tot wat Hendrik Conscience ons wil doen geloven in zijn roman, waar de komst van Robrecht de Vlamingen tot strijdbaarheid aanzet (zie filmfragment).

Overigens moeten we vermelden dat de Vlaamse graven en wellicht ook heel wat Vlaamse edelen amper een woord Vlaams of Diets spraken. Frans was nu eenmaal de voertaal in de adellijke kringen.

De Vlaamse gemeentelijke milities hadden niet alleen hun belang bewezen op militair vlak, het was tegelijk een teken van de groeiende macht tout court van de ambachten en steden. In die zin was het een vorm van ontvoogding, die de Vlaamse beweging later maar al te graag als voorbeeld zou nemen.

  • Filmfragment uit 'De leeuw van Vlaanderen' van Hugo Claus naar Hendrik Conscience






Ga naar de eerste pagina

De Guldensporenslag werd uiteraard aan Vlaamse kant als een uitzonderlijk feit beschouwd door de zege op het prestigieuze ridderleger van Frankrijk. Ook de Fransen beseften dat deze nederlaag - le massacre de Courtrai - een blamage was voor hun ridderleger. Dat mocht niet ongestraft blijven en in de daaropvolgende jaren zou de strijd tussen Frankrijk en Vlaanderen leiden tot nieuwe veldslagen.

Uiteindelijk, na dood van graaf Gwijde van Dampierre, tekende zijn zoon en opvolger Robrecht van Bethune in 1305 het verdrag van Athis-sur-Orge met koning Filips de Schone, waarbij Vlaanderen weliswaar werd hersteld als graafschap, maar ten koste van heel wat toegevingen en het verlies van verscheidene gebieden aan de Franse kroon. Bovendien moest Vlaanderen zware herstelbetalingen en boetes betalen.

Het gaat te ver om te zeggen dat de Guldensporenslag een maat voor niks was geweest, maar al bij al kwam Frankrijk toch als overwinnaar uit het langdurige conflict met Vlaanderen. Onderhuids zou de spanning verder leven en in de jaren nadien meermaals leiden tot nieuwe opstanden, vaak onder leiding van charismatische figuren. Denk maar aan Nicolaas Zannekin en Jacob van Artevelde. Frankrijk was nog niet klaar met Vlaanderen...

  • Graven van Vlaanderen, schilderingen uit Ten Duinenabdij, Seminarie Brugge.

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan