Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Canvas Curiosa: De dood van Alfred Loewenstein

Logo https://canvastv.pageflow.io/canvas-curiosa-de-dood-van-alfred-loewenstein


In 1928 was de Belgische miljonair Alfred Loewenstein een van de rijkste mensen ter wereld. Hij overleed op dramatische wijze: hij viel uit zijn privévliegtuig boven de Noordzee.

Per ongeluk! Tenminste, zo luidt de officiële versie. 

Wie was die man en hoe kwam hij aan zijn einde? Canvas Curiosa vliegt eropuit en reconstrueert de laatste uren van de miljonair.
 
Ga naar de eerste pagina

Alfred Leonard Loewenstein wordt geboren op 11 maart 1877 te Brussel als zoon van Bernard Löwenstein of Loewenstein, een bankier van Duits-Joodse komaf, en Françoise ‘Fanny’ Dansaert, telg uit een bekende Brusselse familie.

De jonge Alfred treedt al gauw in de voetsporen van zijn vader en debuteert op 19-jarige leeftijd op de Brusselse beurs. Hij is wel succesvoller dan zijn vader, want die heeft intussen ruim 18.000 frank schulden, in die tijd een enorm bedrag. Loewenstein junior slaagt erin op twee jaar tijd die schulden af te betalen.

Als jongeman woont hij in een kamertje boven het kantoor waar hij werkt. Hij leeft sober, werkt lange dagen en beoefent als enige ontspanning de edele sport van het schermen. Loewenstein heeft een uitgebreid adresboek van alle Belgische bankiers en beursspeculanten, leert hun sterke én zwakke kanten kennen en maakt daar handig gebruik van bij zijn soms risicovolle investeringen en financiële transacties. Op enkele jaren tijd weet hij een fortuin te verzamelen.

In 1905 – hij is dan 28 jaar – slaagt hij erin een Europese aankoop te regelen voor een grote Zuid-Amerikaanse firma. Hiermee vestigt hij zijn reputatie in de internationale wereld van de haute finance. Zeker wanneer hij kort nadien diezelfde firma, die op dat moment in nood verkeert, van de ondergang kan redden, iets waar gerenommeerde financiers niet in geslaagd waren.

Ga naar de eerste pagina

De Eerste Wereldoorlog is voor Loewenstein geen onderbreking, eerder een opportuniteit om wapens te verhandelen. Hij klimt op tot de rang van kapitein, een titel die hij levenslang zal gebruiken. In de daaropvolgende jaren blijft hij zijn fortuin uitbreiden, veelal met investeringen in nieuwe technologieën, zoals hydro-elektriciteitscentrales, telegrafie, tramlijnen, productie van kunstzijde enz. Domeinen waar traditionele investeerders vaak bang van waren.

Als beurskapitalist pur sang klimt hij op tot het niveau van de allerrijksten van deze wereld: de Rockefellers, de Fords, de Rothschilds… In de jaren ’20 wordt hij door The New York Times tot de 20 rijkste mensen ter wereld gerekend. Een Belgische Croesus, of nog beter Midas: een man die alles wat hij aanraakt in goud verandert.

In zijn jeugd mag hij dan spartaans geleefd hebben, als volwassene gunt hij zich de genietingen van het luxeleven. Hij bezit talloze huizen in Europa: een stadspaleis in Brussel, later de ambassade van Nederland, nu zetel van de Raad van State (zie foto), een kasteelvilla aan het strand van Biarritz met belendende huizen voor zijn entourage, een Engels landgoed in Leicester. Op al die locaties staat een staf personeelsleden altijd stand-by voor het geval Loewenstein plots wil komen logeren. In het Parijse Ritz Hotel en het Londense Claridge’s huurt hij permanent enkele suites. 

Hij verplaatst zich bij voorkeur met een van zijn privévliegtuigen, steeds in het gezelschap van een kleine hofhouding: secretaresses, bedienden, assistenten én een vaste masseur. Als hobby sport hij graag (schermen, boksen, golf, paardrijden) en houdt hij zich bezig met het fokken van renpaarden. De liefde voor de paardensport deelt hij met zijn vrouw Madeleine Misonne, met wie hij in 1908 was gehuwd. Via zijn schoonfamilie komt hij ook in contact met het Belgische hof. Zijn naam duikt dikwijls op in de kranten: hij is een echte society-figuur.




Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now
Ga mee op bezoek in het oude Hotel Loewenstein, de voormalige woning van Alfred Loewenstein in Brussel, nu de zetel van de Raad van State. Een luxueus stadspaleis... met een geheimzinnige kluis.

Met dank aan de Raad van State, Brussel

Ga naar de eerste pagina

Alfred Loewenstein wil op een zomerse woensdag – de vierde juli 1928 – van Croydon Airport nabij Londen naar Brussel vliegen met zijn Fokker F.VII, een vliegtuig dat hij nog maar kort tevoren heeft aangekocht. Zoals meestal het geval is, wordt hij vergezeld door enkele van zijn directe medewerkers: uiteraard de piloot Donald Drew, co-piloot en boordwerktuigkundige Bob Little, zijn secretaris Arthur Hodgson, zijn persoonlijke bediende Fred Baxter en twee stenografen Eileen Clarke, voor de Engelstalige correspondentie, en Paula Bidalon, voor de Franstalige brieven. 

Iets na zes uur in de avond taxiet het toestel naar de startbaan. Piloot Drew voorziet een kalme vlucht, het is mooi weer, weinig turbulentie. Hij schat dat ze ruim twee uur later zullen landen in Brussel, of beter: op het vliegveld van Haren, zoals het dan nog genoemd wordt. Ze stijgen op, klimmen tot  kruishoogte en vliegen oostwaarts. Even later passeren ze Dover en steken het Kanaal over, richting Duinkerke om dan verder te vliegen naar Brussel.

Op een gegeven moment, terwijl de Fokker boven de zee vliegt, staat Alfred Loewenstein op en gaat naar de toiletruimte achteraan in het vliegtuig. Hij opent de deur, gaat het compartiment binnen en sluit de deur achter zich. Het toilet bevindt zich in een ruimte die tegelijk het inkomhalletje van het vliegtuig vormt. Hier is ook de buitendeur, waarlangs de passagiers voordien het toestel zijn binnengekomen.

Na ruim tien minuten maken Baxter, de bediende, en Hodgson, de secretaris, zich zorgen. ‘Waar blijft captain Loewenstein toch?’ Baxter klopt op de deur: geen reactie. ‘Zou Loewenstein ziek geworden zijn? Voelt hij zich onwel?’ Baxter opent de deur en tot zijn consternatie is het compartiment leeg. De buitendeur hangt open. Alfred Loewenstein is verdwenen! Niemand heeft iets gemerkt of gehoord.

Hodgson holt naar de piloot en roept, maar het lawaai van de motoren maakt een gesprek onmogelijk in de halfopen cockpit. Hij kriebelt snel op een briefje: ‘Captain is gone!’ De piloot laat het vliegtuig dalen om te zoeken naar een spoor van Loewenstein, maar tevergeefs.
 
Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now
Hoe is Alfred Loewenstein op die fatale dag uit zijn vliegtuig gesukkeld?

Wij gaan op prospectie naar het luchtvaartmuseum Aviodrome in Lelystad, Nederland. Daar hebben ze nog een identiek toestel: een Fokker F.VII.

Met dank aan Aviodrome, Lelystad

Ga naar de eerste pagina

Donald Drew besluit een noodlanding te maken op het strand van Saint-Pol nabij Duinkerke. Dit stuk strand was militair terrein en al gauw komt een sergeant met enkele soldaten inspecteren wat er aan de hand is. Ze treffen er een Fokkervliegtuig aan met een groepje terneergeslagen mannen en vrouwen, die beweren dat hun werkgever uit het toestel is verdwenen boven de zee.

Aanvankelijk aarzelen ze om zijn naam bekend te maken, maar wanneer een inspecteur van de Sûreté, de Franse geheime dienst, aankomt, onthullen ze zijn identiteit: Alfred Loewenstein, de bekende miljonair. De Fransen laten het gezelschap vertrekken; de feiten hebben zich immers afgespeeld boven de internationale wateren en dus zijn zij niet bevoegd. De Britten denken er hetzelfde over en ook de Belgische autoriteiten zien geen reden om een rechercheur te sturen. Het is vreemd dat de mysterieuze dood van een wereldberoemde tycoon aan geen enkel onderzoek wordt onderworpen.

Het nieuws lekt al vlug uit en verspreidt zich naar krantenredacties en persagentschappen over de hele wereld. De meest fantastische verhalen verschijnen. Loewenstein zou met een valscherm uit het vliegtuig gesprongen zijn en opgepikt door een zeiljacht. Een ander gerucht zegt dat Loewenstein niet eens in het vliegtuig zat en dat hij in Engeland al was verdwenen. Nog een ander verhaal vertelt dat hij mee geland was op het strand van Saint-Pol en daar in een klaarstaande auto was gestapt en onmiddellijk weggereden. En dit zijn maar enkele van de fakenieuwsberichten.



Ga naar de eerste pagina

Op 9 juli vindt er in het Brusselse Justitiepaleis een zitting plaats op vraag van Madeleine Loewenstein-Misonne. Zij wil de dood van haar man laten certificeren met het oog op de afhandeling van de nalatenschap. Het is een informele zitting, er wordt geen dossier aangelegd en de getuigenissen gebeuren vrijblijvend, niet onder eed. De piloten Drew en Little verklaren dat de buitendeur – ook in volle vlucht – makkelijk kan geopend worden. Captain Loewenstein, die het vliegtuig nog maar enkele weken in zijn bezit had, moet zich van deur vergist hebben. Een dom ongeluk dus. De Brusselse rechter die de zitting voorzit, kan niet anders dan de zaak gesloten verklaren, maar hij weigert wel een certificaat van overlijden af te leveren. Mevrouw Loewenstein zal even moeten wachten op haar erfenis.

Tien dagen later, op 19 juli, treffen vissers een lichaam in ontbinding aan nabij Cap Gris Nez. Een inscriptie op het horloge vertelt zijn naam: Alfred Loewenstein, de vermiste miljonair. De autoriteiten worden verwittigd en op vraag van de familie wordt een pathologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn eenduidig: Loewenstein is omgekomen door de impact van het lichaam vanop grote hoogte op het wateroppervlak. Er zijn geen sporen van intoxicatie van welke aard ook.

Nu wordt wel een overlijdenscertificaat afgeleverd. Daags nadien kan de notaris het testament van Alfred Loewenstein afhandelen: weduwe Madeleine en zoon Robert ‘Bobby’ Loewenstein, dan 18 jaar oud, erven het hele vermogen van papa Alfred.

Ga naar de eerste pagina
De geruchtenmolen blijft draaien. Als het géén ongeluk is, wat dan wel? Een wanhoopsdaad? En waarom dan?

Kort voor zijn onfortuinlijke vlucht over het Kanaal heeft Loewenstein enkele financiële tegenslagen te verwerken gekregen. Anderhalf jaar eerder was er een mislukte poging om het monopolie te verwerven in de sector van de kunstzijde, maar een concurrent is hem te vlug af.

Later deed hij een overnamevoorstel, een raid op de Bank van Brussel, maar ook dit faalt: hij wordt categoriek afgewezen.
Dit heeft invloed op Loewensteins beurswaarde van zijn hydro-elektrische holding. Op de beurzen van Berlijn, Londen en Parijs kelderen de aandelen. Heeft Loewenstein hier zijn hand overspeeld en te veel risico genomen? Ziet hij met zijn jarenlange ervaring reeds de eerste craquelures die zullen leiden tot de grote beurscrash van 1929, een jaar later, en beseft hij dat hij dit fiasco niet zal overleven, niet zozeer financieel dan wel mentaal?

Want hoe dan ook, er mogen dan al wat tegenslagen geweest zijn, financieel staat hij nog altijd sterk genoeg om een nakende crisis te overleven. Maar zijn faam als onoverwinnelijke financier en magische beursspeler is wel erg aangetast. Vreest hij vooral de vernedering en het oneervolle verlies van zijn macht en prestige, nog eerder dan de confrontatie met schuldeisers? En heeft hij in een depressieve en impulsieve bui heel bewust de buitendeur van de Fokker opengetrokken?

Naar verluidt heeft Loewenstein nét voor zijn vlucht vanuit Croydon een afspraak met een jongedame afgezegd. Hij had haar uitgenodigd om mee te vliegen naar Brussel en samen naar een paardenshow te gaan kijken in België. Waarom cancelt hij in laatste instantie haar bezoek? Spelen de donkere gedachten al in zijn hoofd en wil hij haar de traumatische ervaring van zijn zelfmoord onthouden?

Ga naar de eerste pagina

Volledig scherm

Bij het onverwachte overlijden van prominente personen duiken al gauw complottheorieën op. Het spectaculaire einde van een tycoon als Alfred Loewenstein is hierop geen uitzondering. Neen, het is geen ongeluk of zelfmoord, het is moord!

Dat is de conclusie van een auteur die stelt dat het onmogelijk is dat Loewenstein ongemerkt uit het toestel zou gevallen of gesprongen zijn, zonder dat iemand van de bemanning of de passagiers dat zou gemerkt hebben. De enige resterende verklaring is een voorbedachte moord.

Vijanden had iemand als Loewenstein genoeg: speculanten, zakenmensen en financiers wereldwijd hadden redenen te over om de Belg dood te willen, al was het maar om een concurrent minder te hebben. Maar zouden ze ook bereid zijn daadwerkelijk een moord te plannen? En wie zou de moord dan uitgevoerd hebben?

De auteur suggereert dat piloot Donald Drew de uitvoerder zou geweest zijn; hij zou de buitendeur van het vliegtuig gesaboteerd hebben, mogelijk in opdracht van Loewensteins echtgenote Madeleine met wie hij misschien een affaire zou gehad hebben. Zij zou haar fortuin hebben willen veilig stellen. Speculatie natuurlijk, want in dat geval zouden de medepassagiers toch iets moeten gemerkt hebben, tenzij ze allemaal mee in het complot zaten en zwijggeld kregen.


Ongeluk, zelfmoord, moord...?

We kunnen alleen maar gissen naar wat er werkelijk gebeurd is op die julidag 1928 boven het Kanaal.

Toch nog even dit vermeldenswaardige, bizarre feitje. Na de dramatische gebeurtenissen houdt zoon Robert Loewenstein de medewerker van zijn vader die ook in het vliegtuig aanwezig was, Fred Baxter, in dienst als persoonlijke bediende. Tot die laatste in 1932 doodgeschoten wordt aangetroffen met een pistool in de hand...  op het Parijse appartement van Robert Loewenstein. Moord of zelfmoord? Het is nooit voor honderd procent uitgeklaard. De dood van Fred Baxter is al even mysterieus als die van zijn vroegere werkgever Alfred Loewenstein.
Sluiten
Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan