Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Canvas Curiosa: De meridianen van Quetelet

Logo https://canvastv.pageflow.io/canvas-curiosa-de-meridianen-van-quetelet


Op verschillende plaatsen in België zijn geheimzinnige lijnen en punten te zien: een koperen strip in een kerkvloer, lijnen van bronzen klinknagels op een markplein, arduinen straattegels met een vreemd patroon…

Het zijn de meridianen van Quetelet, middaglijnen die gebruikt werden om het juiste uur te bepalen voor heel België. Canvas Curiosa zocht uit wat hiervan precies de bedoeling was en waar je deze meridianen nog kan aantreffen.


  • Op de achtergrond kan je luisteren naar de Eisenbahn Lust Walzer van Johann Strauss sr., gecomponeerd in hetzelfde jaar dat Quetelet zijn project van start ging (1836)




Ga naar de eerste pagina
In vroegere tijden hanteerden steden en gemeenten een eigen tijdsbepaling, gebaseerd op plaatselijke zonnewijzers. Het middaguur dat zo werd vastgesteld, werd dan als richttijd genomen voor de kerkklokken, zodat iedereen in die stad of gemeente wist wanneer het middag was.

Dat uur verschilde van streek tot streek: de middag - het ogenblik dat de zon op haar hoogste punt staat - viel in het westelijk gelegen Nieuwpoort niet op hetzelfde moment als in Verviers, helemaal in het oosten van het land. Bovendien gebeurde de tijdsaanduiding niet altijd even nauwkeurig, zodat tijdsverschillen konden oplopen tot 25 minuten en meer.

Nu was dat eeuwenlang geen probleem. Wie van Nieuwpoort naar Verviers reisde, was sowieso enkele dagen onderweg – de gemiddelde snelheid van een postkoets bedroeg zo’n 10 kilometer per uur – dus die 25 minuten vroeger of later maakten geen verschil.

Maar toen in de loop van de 19e eeuw de spoorwegen zich ontwikkelden, had men nood aan een vast en algemeen geldend uur voor het hele land, om de treinen op tijd en volgens een vast uurrooster te laten rijden. En op trajecten waar treinen in beide richtingen hetzelfde spoor gebruikten, moest men natuurlijk precies weten of de tegenligger al gepasseerd was of niet. Anders ontstonden levensgevaarlijke toestanden. Dus was een uniforme tijdsaanduiding noodzakelijk.

Bovendien kwamen in de 19e eeuw accurate vestzakhorloges in gebruik, waar men zelfs tot op de seconde de tijd kon aflezen. Stel je voor dat je dan in België rondreisde en bij elke tussenstop moest vaststellen dat je horloge niet meer overeenkwam met de lokale tijd… Niet echt handig.

  • Schilderij van Jan Antoon Neuhuys: Inauguration du premier chemin de fer, 1835 (Trainworld, Brussel)





Ga naar de eerste pagina

Daarom gaf de Belgische overheid in 1836 aan de wetenschapper Adolphe Quetelet de opdracht om een tijdmetingssysteem uit te werken dat de publieke klokken in heel België zou coördineren. 

Adolphe Quetelet (1796-1874) was niet de eerste de beste. Hij was een vooraanstaand astronoom, wiskundige en statisticus, gedoctoreerd aan de universiteit van Gent. Als 24-jarige werd hij al lid van de koninklijke academie voor wetenschappen. Hij richtte de eerste sterrenwacht en het eerste weerstation op in Brussel dat dan later verhuisde naar Ukkel. Hij ontwikkelde statistische methoden voor de sociale wetenschappen. In dat verband ontwierp hij ook de 'body mass index' (BMI) die nu nog steeds gebruikt wordt om zwaarlijvigheid te kwantificeren.

Kortom, een gerespecteerd wetenschapper die het probleem van de uniforme tijd zou oplossen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat net zijn standbeeld de voortuin van het Paleis der Academiën siert, het gebouw in Brussel waar de koninklijke academiën voor wetenschappen zetelen. 

  • Standbeeld door Charles Fraikin: Adolphe Quetelet (Paleis der Academiën, Brussel) 
Ga naar de eerste pagina

Quetelet wou 41 meridianen aanleggen, verspreid over heel België: middaglijnen waar de zon pal om 12 uur op schijnt. Dat begint met eerst het punt te bepalen waar de middagzon op 21 juni valt (zomerpunt), dan het winterpunt van 21 december. De lijn tussen die twee punten is een middaglijn waarop telkens om 12 uur stipt de zon haar licht werpt.

Dit werkt alleen in een min of meer duistere ruimte, waar het licht via een speciale lichtopening (oculus) binnenvalt en de zonnestraal goed zichtbaar is. Het gebouw moet groot genoeg zijn om het hele verloop van de lijn te kunnen uitzetten op de vloer, bijvoorbeeld een kerkgebouw, waar je van de grote glasramen gebruik kon maken om een ‘oculus’ aan te brengen.

In openlucht kan je door een schaduwmerkteken (een zuil, een dakpunt, een toren...) ook een middaglijn bepalen: een lijn waar de zon op de middag een schaduw op werpt. Dat kan op een groot plein, bijvoorbeeld een markt, waar die lijn in de straatstenen kan worden aangeduid.

Men koos de lokale tijd van Brussel als richttijd voor het hele land (pas later in 1892 zou men overschakelen op de tijd van Greenwich). Dankzij al die middaglijnen kon men de afwijking van de lokale tijd in pakweg Oostende of Luik accuraat bepalen ten opzichte van de Brusselse richttijd. En kon men de plaatselijke uurwerken juist zetten, dus op het uur van Brussel.

  • In de video zie je de meridiaan - een koperen strip - in de kathedraal te Brussel

Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina

De eerste middaglijn die Quetelet aangelegde in 1836 was die in de Brusselse Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Het is de nulmeridiaan van België, want deze bepaalde de tijd voor het hele land.

Vanuit een oculus - een lichtopening - in het grote glasraam van de zuidelijke dwarsbeuk valt het zonlicht op een koperen strip van 34 meter lang die in de kerkvloer is aangelegd. De lijn loopt door de hele dwarsbeuk. Het is niet meer de originele. De vloer werd bij restauraties immers grondig onder handen genomen en zo verdween de koperen streep. In 2001 werd ze terug aangebracht volgens het oorspronkelijke tracé.

Let op als je wil checken of het zonlicht effectief om 12 uur 's middags op de lijn valt. Quetelet baseerde zich voor zijn meridiaan op de toenmalige lokale Brusselse tijd. Vandaag klopt dat niet meer en moet je om 13.45 uur (zomertijd) gaan kijken of om 12.45 uur (wintertijd). Bovendien blokkeren moderne hoge gebouwen rond de kathedraal het zonlicht wel eens en is het middaglicht niet altijd te bespeuren, zeker in de winterperiode wanneer de zon laag staat.
Ga naar de eerste pagina

De meridiaan in Lier wordt bepaald door de schaduw die een hoek van het stadhuis werpt op het marktplein. 

De meridiaanlijn is gevisualiseerd in een brede messing strook die in een min of meer noord-zuidelijke richting vanaf de linkergevelhoek van het stadhuis dwars over de Grote Markt loopt. Naast de lijn werd een arduinen tegel met een korte toelichting aangebracht. Het gaat hier niet om de originele, door Quetelet aangebrachte lijn in 1839. Deze bestond uit een lange rij witte tegeltjes.

Het stadhuis zelf, althans de linkergevelhoek, fungeert als zonnewijzer voor de meridiaanlijn. Op de ware middag valt de schaduw van het stadhuis samen met de meridiaan.

Volgens Quetelet was een middaglijn op een openbare plek, zoals het Lierse marktplein, hét ideaal. Hij wou immers dat de meridianen "zich zoveel mogelijk en constant in het zichtveld van het publiek zouden bevinden". Lier beantwoordde voor de volle honderd procent aan dat doel.



Ga naar de eerste pagina

Binnenin de gotische Sint-Martinuskerk van Aalst kan je de meridiaan zien: een 34-meter lange, koperen strip die door de dwarsbeuk in de kerkvloer loopt. Een oculus in het glasraam met voorstellingen uit het leven van Sint-Maarten laat het zonlicht door en werpt een lichtvlek op de zwart-witte vloer. 

Quetelet vervaardigde deze middaglijn in 1839 op basis van metingen die door een pater-jezuïet van het nabijgelegen Sint-Jozefscollege waren gedaan. 

De oculus is niet meer de oorspronkelijke: het huidige neogotische glasraam dateert van 1912, maar men heeft toen opnieuw in de rechterbenedenhoek een lichtopening aangebracht, zodat de Aalsterse middaglijn nog steeds functioneert.  
Ga naar de eerste pagina

Een vergulde geelkoperen bol op het dak van het statige huis Bouchoute op de markt van Brugge is het merkteken dat zijn schaduw werpt en zo de Brugse middaglijn bepaalt.

Deze bol fungeert als zonnewijzer. De vervaardiging van dat object, een holle koperen bol met een diameter van 50 centimeter, had heel wat voeten in de aarde. De smid die met het werk was opgedragen ging failliet, en de kosten voor het aanbrengen van een verguld koperlaagje overstegen ver het geraamde budget. Bovendien eiste de eigenaar van het pand, een kleermaker, dat Quetelet ook op de andere hoekpunt een bol zou plaatsen, kwestie van de symmetrie te bewaren. Men kon hem uiteindelijk overtuigen dat twee schaduwen alleen maar voor verwarring zouden zorgen. Het duurde meer dan een jaar voordat alles klaar was.

Het is niet meer de originele koperen bol van Quetelet, maar een getrouwe replica. De meridiaan zou oorspronkelijk uit een rij witte stenen bestaan. Nu is de lijn aangeduid met een rij bronzen klinknagels die schuin over het marktplein loopt vanaf de hoek van het huis Bouchoute in de richting van de Geernaertstraat.


Ga naar de eerste pagina

De schaduw van de mijlpaal, centraal op het Koning Albertplein, vlak voor het station van Mechelen, bepaalt hier de meridiaan.

Deze mijlpaal stond oorspronkelijk wat verderop en vormde het nulpunt van het Belgische spoorwegennet in 1835.

Aanvankelijk was Quetelet van plan een meridiaan aan te leggen in de Sint-Romboutskathedraal, maar ten slotte koos hij voor een locatie bij het treinstation van Mechelen.

Quetelet vond de ronde bol bovenop de arduinen zuil een mooi referentiepunt. In 1838 legde hij een 24-meter lange lijn aan met arduinen tegels. Nu staat de zuil op een verhoogde opstelling midden een rotonde. Bij de heraanleg van het plein heeft men de meridiaan moeten aanpassen.

Twee tegels met een inscriptie geven de uiterste punten aan: het zomerpunt van 21 juni, te zien op de rotonde. Het winterpunt van 21 december ligt op de hoek met de Consciencestraat, maar dat ligt verborgen onder de terrasstoelen van een café. Het ziet er meer uit als een raar putdeksel. De lijn zelf moet je erbij fantaseren.
Ga naar de eerste pagina

Net zoals in Brussel valt het zonlicht door het zuidelijke glasraam van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen op een middaglijn die als een koperen strip in de zwarte kerkvloer is aangebracht. Deze lijn meet zo'n 67 meter! Het is nog steeds de originele door Quetelet geplaatste middaglijn uit 1838.

Wie goed het zuidelijke glasraam bekijkt (kant Groenplaats) zal niet minder dan drie oculi ontdekken. Quetelet bracht slechts één lichtopening aan, maar bij opeenvolgende verbouwingen en restauratiewerken werden twee andere oculi toegevoegd. 

Ondanks het feit dat er drie oculi zijn, ligt de Antwerpse middaglijn niet correct. Wetenschappers hebben vastgesteld dat de meridiaan in de kathedraal voorloopt op de juiste tijd. Er zit een afwijking op van 1 minuut en 45 seconden in vergelijking met het échte middaguur. 




Ga naar de eerste pagina

In Gent koos Quetelet voor een logische plek om zijn meridiaan aan te leggen: geen kerk, geen marktplein, maar de aula van de universiteit, waarvan hijzelf oud-student was.

In 1838 bracht Quetelet een oculus aan die zijn licht werpt in de inkomhal van grote aula. Deze monumentale Aula Academica, de prestigieuze “feesttempel van de wetenschap”, was nog maar pas gebouwd. Vlak onder de koepel tegen de zuidelijke gevel is een kegelvorming oculus aangebracht. Over de vestibule strekt zich een 21-meter lange koperen lijn uit, die over de marmeren toegangstreden verder loopt.

De aula was het brandpunt van de universiteit en was dus zowel symbolisch als wat betreft publieke toegankelijkheid een ideale locatie.

Bij verbouwingen werd de oculus later dichtgemaakt. Pas in 1998 werd de koperen meridiaan gerestaureerd en werd de oculus opnieuw geopend, zodat de Gentse middaglijn nu weer in volle glorie te zien is. 
Ga naar de eerste pagina

In de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Dendermonde was Quetelet in 1838 aan de slag. Hij was fan van deze locatie omdat de oriëntatie van het kerkgebouw perfect was om een lange middaglijn - ruim 30 meter - aan te leggen. Een bezoeker die door het zuidportaal de kerk binnenkwam, liep vanzelf over de middaglijn.

Spijtig genoeg is het originele glasraam met de oculus vervangen door een modern glasraam uit 2002, waarin een kleine witte schijf als lichtopening dienst doet. Het tracé van de meridiaan is nog te zien als een ingeslepen voeg in de vloertegels van de kerk.

Ga naar de eerste pagina

In Oostende koos Quetelet bij wijze van zonnewijzer een standbeeldje van Mercurius, dat zich op de nok van het voormalige stadhuis bevond. Later kwam hier het Feest- en Kultuurpaleis, nu een winkelcentrum. Als locatie voor de meridiaanlijn was de Grote Markt (het huidige Wapenplein) bijzonder geschikt. Omdat het plein zo groot was zou een bijzonder lange, diagonale lijn kunnen worden getrokken.

Van de Oostendse middaglijn op het Wapenplein is vandaag niets meer terug te vinden. Het Mercuriusbeeldje op de nok van het stadhuis dat dienstdeed als zonnewijzer is er niet meer. Het verdween na de bombardementen van het oude stadhuis in 1940.

Het was Quetelets bedoeling dat het beeldje 's middags zijn schaduw zou werpen op een lange, in tegels of koper uitgevoerde meridiaanlijn, die het grote plein dwars zou snijden. Het is niet helemaal duidelijk of de lijn ooit effectief is aangelegd. Vandaag rest van de meridiaanlijn alleszins niks meer.
Ga naar de eerste pagina

In Leuven richtte Quetelet zijn aandacht op de barokke Sint-Michielskerk, die op het hoogste punt van de stad lag in de Naamsestraat. 

Het was de Leuvense professor en astronoom Jacques Crahay die de opmetingen en praktische realisatie voor zijn rekening nam. Na het aanbrengen van een lichtopening in een van de glasramen, maakte men in de zomer van 1839 voorbereidingen voor een wel heel bijzondere meridiaanlijn: het ging ditmaal om een verticale lijn, die op een van de zuilen zou worden uitgezet. Op tekeningen van professor Crahay zien we de middaglijn, geschetst op een barokke kolom.

Maar uit verdere correspondentie is er niets dat erop wijst dat deze verticale meridiaan ooit effectief is aangebracht. Wellicht sneuvelde het Leuvense plan in 1840, samen met het gehele meridianen-project van Quetelet.

Een zware bominslag in 1944 bracht ernstige schade toe aan de Sint-Michielskerk. De oculus, samen met de glasramen waarin het gevat zat, sneuvelde en werd niet meer gerestaureerd.


Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan