Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Canvas Curiosa: De Paganini van Halle

Logo https://canvastv.pageflow.io/canvas-curiosa-de-paganini-van-halle


In zijn tijd werd hij geroemd als de Paganini van de cello. We hebben het over François Servais uit Halle. Naar aanleiding van de Koningin Elisabethwedstrijd die dit jaar aan de cello is gewijd, zoomen we even in op deze opmerkelijke muzikant.

Schoenlapperszoon

Adrien François Servais ziet het levenslicht op 6 juni 1807 in een heel bescheiden milieu in Halle. Moeder Josephine is huishoudster en werkt als meid bij families in de stad. Vader Jean Baptiste is schoenlapper. Niets wijst erop dat zoon Adrien François, meestal kortweg François genoemd, grote muzikale roem zal verwerven.

Vader Servais heeft wel wat muzikale interesses. Hij is lid van het koor van de Sint-Martinuskerk, de hoofdkerk van Halle. Als violist speelt hij in het orkestje dat de belangrijke erediensten opluistert. Zo verdient hij een centje bij. Dat doet hij ook door muziek te maken op kermissen en bals.

De kleine François wordt door papa meegetroond naar de herbergen om samen muziek te spelen, niet op een echte viool, maar op een klompviool, een volksinstrument gemaakt van een houten klomp met snaren.

François musiceert vanaf zijn twaalfde ook in het kerkelijk muziekensemble van Sint-Martinus. Dat kerkorkestje heeft nauwe banden met de harmonie Sinte-Cecilia van Halle, waarvan François later dirigent zal worden. 

  • Op de achtergrond hoort u het concerto van François Servais: Souvenir de Spa, Op. 2, door The Smithsonian Chamber Players & Anner Bylsma





Ga naar de eerste pagina

Servais ontpopt zich tot een muzikaal talent en wanneer hij zeventien is, gebeurt er iets waardoor hij het provincialistische Halle met zijn kermismuziek, kerkorkestje en harmonieconcerten kan overstijgen.

Hij wordt opgemerkt door markies Jules de Sayve, een edelman en melomaan. Die raadt hem aan professionele muzieklessen te volgen bij Corneille Vanderplancken, eerste violist in de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel.

Enkele jaren later raakt Servais in de ban van de cello die zijn lievelingsinstrument wordt. Hij vangt cellostudies aan bij de Franse cellist Nicolas Platel in de École Royale de Musique te Brussel, de voorloper van het Koninklijk Muziekconservatorium. In 1829 studeert hij af en wordt repetitor in de klas van Platel. Kort daarna krijgt hij een aanstelling tot solocellist in de Muntschouwburg. Op zich al een mooie carrièrezet voor een eenvoudige schoenmakerszoon uit Halle.

Ga naar de eerste pagina

Servais is ambitieus en wil meer: in 1833 trekt hij naar Parijs om concerten te geven. Hij is dan 26 jaar oud. Bij die gelegenheid zit componist Hector Berlioz in de zaal die gecharmeerd is door het spel van de jonge Belgische cellist. Het is het begin van een succesvolle loopbaan die Servais naar alle uithoeken van Europa zou voeren.

Succesvol op alle vlakken, want na een concert in Den Haag in 1837 prijst prinses Anna Paulowna hem aan bij haar broer, de Russische tsaar Nicolaas I. En dus reist Servais, de cellist uit Halle, naar het tsaristisch hof in Sint-Petersburg. De schatrijke prinses Joesoepov is zo geraakt door een optreden dat ze Servais een stradivariuscello uit 1701 bezorgt. Voortaan wordt het zijn concertinstrument.

Al even belangrijk voor Servais is zijn tweede Russische tournee, enkele jaren later. Hij leert er de dertien jaar jongere Sophie Feygin kennen, dochter van een rentmeester van de tsaar. In juni 1842 trouwde hij met haar in Sint-Petersburg voor de Russisch-Orthodoxe kerk. Later zou hun huwelijk ook burgerlijk voltrokken worden, in het stadhuis van Halle.

Goed om te weten: de concertreizen van Servais duurden soms twee jaar en voerden hem van Londen naar Moskou, van Oslo tot Istanbul. Er werd gereisd per trein, postkoets, boot en in Siberië zelfs per slede. 


Ga naar de eerste pagina

François Servais’ faam breidt zich uit en wanneer hij in 1847 weer eens in Parijs concerteert, roemt Berlioz hem nadien als ‘un talent de premier ordre, un paganinien’. Zijn epitheton is gemaakt: de Paganini van de cello, zoals de Italiaanse operacomponist Rossini hem zal noemen.

Aan zijn lucratieve concertreizen houdt Servais een fortuin over, dat hij onder meer spendeert aan een prestigieuze villa, de Villa Servais in Halle. Ontworpen door Jean Pierre Cluysenaar, de architect die ook de Brusselse Sint-Hubertusgalerijen zou ontwerpen en later het Conservatorium in de Regentschapstraat.

De Villa Servais in Italiaanse renaissancestijl omvatte naast chique salons ook een muziekzaal. Het was een verzamelplaats voor tal van prominenten en muzikanten: tot de vele bezoekers behoorden Liszt, Rubinstein, Wagner, Berlioz en Rossini en – incognito – koningin Maria-Hendrika, de echtgenote van Leopold II.
Ga naar de eerste pagina

De verdienste van Servais als muzikant valt niet te onderschatten. Hij stond bekend voor zijn virtuoze speelstijl, maar bij gebrek aan opnames hebben we het raden naar hoe het precies klonk. Gelukkig heeft hij ook heel wat composities nagelaten, stukken voor cello, die nu nog geregeld worden opgevoerd.

Zijn grootste zichtbare nalatenschap is zeker de steunpin voor de cello, de stalen (vroeger ook houten) pin die het instrument ondersteunt. Bij het hanteren van zijn grote stradivariuscello ondervond Servais nogal wat ongemak. Het instrument was behoorlijk log en zwaar. De cello tijdens het musiceren tussen de benen klemmen, zoals gebruikelijk was, was niet echt praktisch. Andere cellisten hadden ook al truukjes bedacht om dit euvel op te vangen, zoals een klein bankje onder de cello schuiven, maar Servais kwam met een beter idee.

Hij maakte een pin vast waarop de cello kon steunen. Op die manier kon hij veel vrijer en minder krampachtig spelen. Het werd een algemeen gebruik en vandaag speelt zowat elke cellist met zo’n steunpin. Dank u wel, meneer Servais!

Ga naar de eerste pagina
Toen Servais op 26 november 1866 overleed, was hij een heuse beroemdheid. Zijn begrafenis in Halle bracht duizenden mensen op de been en het mag dan ook geen wonder heten dat de stad besloot een standbeeld op te richten voor haar meest gerenommeerde burger.

Schoonzoon Cyprien Godebski kreeg de opdracht en hij beeldde zijn schoonvader uit in cararamarmer: rechtopstaand met zijn cello naast zich, weliswaar zonder steunpin. Het beeld op de Grote Markt van Halle, vlak voor het stadhuis, werd ingehuldigd in 1871.

In Halle gaat het verhaal dat vòòr de begrafenis van Servais zijn hart uit zijn lichaam werd verwijderd, gebalsemd en in een urne opgeborgen. Die urne zou later bij het optrekken van het standbeeld, in de sokkel van het monument zijn ingemetseld.


Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan