Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Canvas Curiosa: de Brusselse avonturen van Charlotte Brontë

Logo https://canvastv.pageflow.io/canvas-curiosa-de-brusselse-avonturen-van-charlotte-bronte

De Engelse zusters Brontë zijn beroemd voor hun romans, die tot de wereldliteratuur behoren: Jane Eyre van CharlotteWuthering heights van Emily en The tenant of Wildfell Hall van de jongste zus Anne.  

Wist je dat Charlotte en Emily in 1842 geruime tijd in Brussel verbleven in een meisjespensionaat? Charlotte werd er zelfs verliefd op haar leraar en deed hier inspiratie op voor haar latere romans.

  • Met dank aan Jolien Janzing, auteur van het boek 'De meester. De geheime liefde van Charlotte Brontë'. 
Ga naar de eerste pagina

De familie Brontë woonde in Haworth, een klein dorp in Yorkshire, waar vader Patrick Brontë werkte als anglicaans priester. De Brontës waren van Ierse afkomst (oorspronkelijk O' Pronntaigh, verengelst tot Brunty). Vader Patrick wijzigde zijn naam in het chiquere Brontë.

In 1842, het jaar dat Charlotte en Emily naar Brussel kwamen, was hij al ruim 20 jaar weduwnaar. Behalve zijn vrouw had hij ook twee kinderen verloren. Vier kinderen leefden nog: zoon Branwell (°1817) en de drie dochters Charlotte (°1816), Emily (°1818) en Anne (°1820).

Patricks schoonzus Elizabeth woonde bij het gezin in en als tante stond zij in voor de opvoeding van de kinderen.

  
Ga naar de eerste pagina
Waarom besloten Charlotte Brontë en haar jongere zus Emily in 1842 naar Brussel te gaan? Bedoeling was om hun Frans te vervolmaken. Ze hadden immers het plan om op termijn een eigen school op te richten in Haworth en daarvoor was een gedegen kennis van de Franse taal noodzakelijk.

Het was helemaal niet ongebruikelijk voor Engelse jongedames om in België op kostschool te komen. Frans was er de voertaal en Brussel was best een 'hippe' locatie in die dagen. Bovendien kon het jonge koninkrijk België op meer sympathie rekenen dan de oude erfvijand Frankrijk. De Slag van Waterloo, waarbij Napoleon verslagen werd door een geallieerd leger onder leiding van de Engelsman Wellington, was nog maar geleden van 1815.

Om haar tante Elizabeth, die een deel van de kosten zou dragen, te overtuigen, prees Charlotte de kwaliteit van het Belgische onderwijs: The facilities for education are equal or superior to any other place in Europe.

Er waren ook persoonlijke redenen voor Charlotte Brontë om naar Brussel te trekken. Haar beste vriendin Mary Taylor studeerde er ook en via haar correspondentie raakte Charlotte helemaal in de ban van Brussel: The excitements of one of the most splendid capitals of Europe... 

Ze keek overduidelijk erg uit naar haar verblijf in Brussel.

Ga naar de eerste pagina
In februari 1842 vertrekken Charlotte (toen 25) en Emily (23), begeleid door hun vader, vanuit het kleine Haworth in Yorkshire naar België. Het eerste deel van de reis wordt per koets afgelegd. Vanuit Leeds gaat het verder per stoomtrein naar Londen, hoofdstad van het British Empire, toen nog een wereldrijk onder de regering van Queen Victoria.

Ze blijven een nacht in Londen en schepen dan in op de pakketboot die hen over de Noordzee naar Oostende voert. Het is een routinevaart. Er zijn wekelijks vier mailboten die over en weer varen tussen Engeland en de Belgische kust.

Na een kort oponthoud in Oostende reist het gezelschap verder naar Brussel. Hoewel er al treinen rijden in België – de eerste trein reed in 1835 tussen Brussel en Mechelen – is de spoorweg van Oostende naar Brussel nog niet afgewerkt en dus kiezen de Brontës voor de postkoets, een lange en vermoeiende rit van meer dan honderd kilometer.

Ga naar de eerste pagina
En dan ziet Charlotte vanop de heuvels van het Pajottenland de veelbelovende stad Brussel liggen. Een puzzelpanorama van rode en zwarte daken en boven alles de fijne spits van het stadhuis en de stompe tweelingtorens van de Sint-Goedelekerk. De middeleeuwse stadswallen zijn al jaren gesloopt. Brede wandelboulevards omgorden nu de stad. Heren in kostuum en dames in Franse mode flaneren over de lanen. Wat een verschil met het landelijke Haworth, maar ook een verschil met het sombere, overbevolkte en zwart beroete Londen.

Pal in het centrum van Brussel zullen Charlotte en Emily hun intrek nemen in het pensionaat Heger ofte voluit: Maison d’éducation pour les jeunes Demoiselles, sous la direction de Madame Heger-Parent. Het schoolgebouw lag in de Isabellastraat, een nu verdwenen straatje beneden het Warandepark. Het U-vormige complex (rechts beneden op de foto) heeft ook een grote tuin met bomen, het voormalige gildehof van de voetboogschutters.

Hoewel het pensionaat eerder bescheiden is – er waren in België en Brussel veel luxueuzere kostscholen – is Charlotte toch verwonderd over de salons van de familie Heger, waar schilderijen in vergulde lijsten de muren sieren, zware gordijnen aan de ramen hangen en porseleinen beeldjes op de schouwmantel staan. In vergelijking daarmee is haar ouderlijke huis, de pastorij in Haworth, een primitieve woonst.

Ga naar de eerste pagina
Ook de kledij naar Parijse mode is veel verfijnder dan de grauwe kleurloze jurken die de Brontë-zusters gewoon zijn te dragen. Hetzelfde geldt voor het eten dat geserveerd wordt. Geen Yorkshire boerenkost, maar uitgebreide maaltijden met diverse gangen en gevarieerde gerechten en smaken. Zelfs de mensen zien er anders uit: gezonder, ronder, prominenter dan zijzelf met hun schriele gestalte en hun Engelse bleekheid.

Veel meer dan Emily die last heeft van heimwee, geniet Charlotte van haar verblijf in Brussel. Niet in het minst omdat ze verliefd is geworden op meneer Heger, de echtgenoot van de directrice. Constantin Heger, leraar aan het nabijgelegen Athénée Royale, geeft ook les aan de jongedames in het pensionaat: Franse literatuur. Hij herkent snel het literaire talent van de Engelse zusjes en dat zal zeker meegespeeld hebben in Charlottes adoratie voor haar professor.

Ga naar de eerste pagina
In het najaar van 1842 ontvangen Charlotte en Emily slecht nieuws uit Engeland: tante Elizabeth is zwaar ziek. Ze keren ijlings terug naar Haworth, maar bij aankomst is hun tante al dood en begraven. Charlotte brengt de kerstdagen door bij haar familie. In januari 1843 reist ze alleen terug naar Brussel. Emily heeft ervoor gekozen om niet mee terug te gaan.

In het pensionaat is Charlotte leerling én lerares. Ze krijgt nog steeds Franse les, maar doceert zelf ook Engels aan de jonge meisjes. Haar verliefdheid voor Constantin Heger neemt alleen maar toe en brengt haar in een moeilijk parket: hij is immers een getrouwde man met kinderen. Ze gaat zelfs biechten in de Sint-Goedelekerk, hoewel ze eigenlijk de anglicaanse godsdienst aanhangt en dus in principe niet kan biechten.

Of en in hoeverre Constantin Heger die liefde ooit heeft beantwoord, is niet duidelijk. We weten niet eens of hij – of zijn echtgenote? – op de hoogte was van Charlottes gevoelens voor hem. Later is het wel duidelijk geworden, want na haar definitieve terugkeer naar Haworth in januari 1844 schrijft Charlotte nog enkele liefdesbrieven aan Heger. Hoewel geschreven met een Victoriaanse pudeur, getuigen ze toch van een passionele insteek.

Een citaat: “Als mijn meester zijn vriendschap voor mij helemaal terugtrekt, zal ik absoluut hopeloos zijn.” 

Het is overigens wel geweten dat Constantin Heger niet de deugdzame huisvader was zoals hij liet uitschijnen. Er zijn liefdesbrieven van hem bekend, gericht aan een andere leerlinge van het pensionaat. Dus mogelijk heeft hij wél iets gehad met Charlotte…

Ga naar de eerste pagina
Alleszins zijn het verblijf van Charlotte Brontë in Brussel en haar – al dan niet beantwoorde – liefde voor haar professor van doorslaggevend belang geweest voor haar latere literaire oeuvre.

Twee romans - de zogenaamde Brusselse romans - Villette (1853) en The Professor (1857, maar reeds geschreven in 1847) zijn geïnspireerd op haar tijd in het Brusselse pensionaat. Villette is niet minder dan een semi-autobiografisch verhaal, gebaseerd op haar persoonlijke ervaringen. En het mannelijke hoofdpersonage uit haar meesterwerk Jane Eyre (1847), Mister Rochester, is een afspiegeling van Constantin Heger.
Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan