Opmerking

Dit multimediaverhaal gebruikt video- en audioclips. Ga na of uw luidsprekers ingeschakeld zijn.

Gebruik het muiswiel of de pijltoetsen op uw toetsenbord om tussen pagina’s te navigeren.

Vegen om tussen pagina‘s te navigeren

Hier gaan we

Canvas Curiosa: Spraken Adam en Eva Antwerps?

Logo https://canvastv.pageflow.io/canvas-curiosa-spraken-adam-en-eva-antwerps?deliveryName=DM272169


In de 16e eeuw stelde de humanist Johannes Goropius Becanus dat het Antwerps rechtstreeks afstamde van de oertaal van de mensheid. Ook de wetenschapper Simon Stevin meende dat Adam en Eva een soort oer-Nederlands hadden gesproken.

Lag het aards paradijs dan aan de Schelde? Alle Sinjoren zijn daarvan overtuigd. Nu Canvas Curiosa nog...



Ga naar de eerste pagina
Het is de 16e-eeuwse humanist Johannes Goropius Becanus, die deze straffe taalkundige stelling poneerde in zijn boek Origines Antwerpianae. Wie is hij?

Jan Gerartsen van Gorp van de Beke wordt geboren in het Noord-Brabantse plaatsje Gorp, nét over de huidige grens ten noorden van Turnhout, in het jaar 1519.

Als telg uit een welstellende familie schrijft hij zich in aan de universiteit van Leuven, waar hij Latijn, Grieks en Hebreeuws studeert aan het Collegium Trilingue ofte Drietalencollege, een twintigtal jaar tevoren opgericht onder de bezieling van Erasmus.

Hij latiniseert zijn Brabantse naam zoals dat toen in de mode was tot Johannes Goropius Becanus. In 1550 promoveert hij tot doctor in de medicijnen. Na zijn studies reist hij naar Italië, Spanje, Frankrijk, Engeland en de Duitse landen. Het geeft hem de gelegenheid zich naast de medische wetenschappen ook toe te leggen op zijn favoriete hobby: de filologie of de studie van de talen.

Ga naar de eerste pagina
De jonge Becanus, zoals we hem kortweg zullen noemen, bouwt een zekere reputatie op als dokter. Zo is hij verbonden aan het hof van keizer Karel V, meer specifiek als lijfarts van diens zusters Eleonora van Habsburg en Maria van Hongarije.

In 1554 vestigt hij zich te Antwerpen als stadsarts. In de havenstad heeft hij een bloeiende praktijk met internationale klanten, onder wie de rijke bankiersfamilie Fugger. Hij heeft contacten in de hoogste regeringskringen in Brussel, o.m. met kardinaal Granvelle.

In 1569 publiceert hij bij uitgeverij Plantijn zijn magnum opus over het ontstaan van Antwerpen (Origines Antwerpianae). Het is in dit boek dat hij zijn theorie uiteenzet over de oertaal van Adam en Eva.

Datzelfde jaar 1569 verhuist hij naar Luik. Ook daar werkt Becanus als arts. Enkele jaren later ontbiedt de gouverneur-generaal van de Nederlanden, hertog Juan de la Cerda, Becanus naar Maastricht. De gouverneur sukkelt er met zijn gezondheid, maar het is niet de patiënt die zou bezwijken, wel de dokter, want Becanus overlijdt tijdens zijn verblijf in Maastricht in 1573.

Ga naar de eerste pagina
Goropius Becanus zal vooral de geschiedenis ingaan, niet als arts, wel als bedenker van de filologische theorie dat het Antwerps-Brabants of het Nederlands, rechtstreeks afstamt van de oertaal van de mensheid, m.a.w. de taal die Adam en Eva spraken in het aards paradijs.

Het gaat dus om de taal die de mensheid gemeenschappelijk had vóór de linguïstische verwarring die ontstond na de Toren van Babel. Het Bijbelboek Genesis vertelt dit verhaal: na de schepping van Adam en Eva spraken alle mensen een zelfde taal. Vertoornd door de hoogmoed van de mensen, die het lef hadden om een hemelhoge toren te bouwen, zorgde God voor de ‘Babylonische spraakverwarring’: de volkeren raakten verspreid over de aarde en er ontstonden verschillende talen.

Maar de nakomelingen van Jafet, een van de zonen van Noach, die niet hadden meegebouwd aan de Toren van Babel, bleven die oertaal spreken. Zij kwamen in onze contreien terecht en hun taal (het Cimbrisch) lag volgens Becanus aan de oorsprong van het Antwerps-Brabants.

Ga naar de eerste pagina
Het idee dat een levende taal rechtstreeks zou afstammen van de oertaal der mensheid, mag voor ons bizar klinken. In de ogen van een 16e-eeuwse humanist is dat niet zo. Tot dan toe kwam de eer van die oertaal – algemeen aangenomen – toe aan het Hebreeuws.

Je mag ook niet vergeten dat de geschiedenis van de mensheid, en dus van het hele schepping, in die tijd wordt geschat op 6000 jaar. En over zo’n relatief korte periode kán een taal niet essentieel evolueren, is de denkwijze. Dus moet één taal zeker nog teruggaan op de oertaal. En dan komt de Bijbelse brontaal, het Hebreeuws, gezien zijn lange geschiedenis het meest in aanmerking. Dat was het dogma in de middeleeuwen.

Becanus ziet dat anders. Hij beweert dat Adam en Eva een soort oer-Nederlands praatten, maar hij zegt nergens dat het aards paradijs hier lag. Dat situeert hij ergens in het oosten. Het zijn alleen verre afstammelingen die zich later aan de Schelde zouden vestigen.






Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now
Vanwaar komt die interesse voor de oertaal van de mensheid? Dat moeten we zien in de humanistische tijdsgeest van de 16e eeuw.

Toon Van Hal, classicus en professor historische linguïstiek (KULeuven), legt uit... 

We praten met hem in de prachtige Nottebohm-leeszaal van de Antwerpse  erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, waar men een oorspronkelijk exemplaar van Becanus' Origines Antwerpianae bewaart.

Ga naar de eerste pagina
0:00
/
0:00
Start video now
Hoe komt Becanus in hemelsnaam op het idee om het Antwerps of het Brabants als de taal van Adam en Eva te bestempelen? En dus als de oertaal der mensheid?

Prof. Toon Van Hal verklaart hoe Becanus tot die theorie komt...

Ga naar de eerste pagina
Vandaag vinden wij de theorieën van Goropius Becanus hilarisch.

Maar in zijn eigen tijd had hij wel enkele supporters, en niet de minste. De grote Antwerpse drukker en uitgever Christoffel Plantijn bewonderde Becanus, evenals de cartograaf Abraham Ortelius en de Brugse wetenschapper Simon Stevin. Zij beschouwden Becanus als een taalkundig genie.

Het is alleszins de verdienste van Becanus dat hij de Nederlandse taal op de wetenschappelijke kaart heeft gezet. Tevoren besteedde men geen aandacht aan die taal. Er bestond in die tijd zelfs geen grammatica van het Nederlands, terwijl nieuw ontdekte indianentalen uit Amerika al wel grammaticaal waren beschreven.

Het overgrote deel van de wetenschappelijke wereld nam Goropius Becanus echter niet au sérieux en beschouwde hem als een fantast. De Duitse wetenschapper en filosoof Leibnitz gebruikte de term 'goropiseren'  voor het verzinnen van bizarre etymologieën.  En Josephus Scaliger, professor te Leiden, zei: "Nooit las ik grotere onzin."
Ga naar de eerste pagina
Ga naar de eerste pagina
Omlaag schuiven om verder te gaan Swipe to continue
Vegen om verder te gaan